Juliana de Lannoy

Één van de beroemste dichteressen uit de achttiende eeuw

OVER ONS

AGENDA

CONTACTGEGEVENS

HOME

MOGELIJKHEDEN

TARIEVEN

Juliana de Lannoy, schilderij van Niels Rode, 1778. Op de tafel, naast haar elleboog, liggen vier door haar gewonnen penningen. Het zijn de vier genootschapsprijzen (1 goud, 3 zilver) die zij uitgereikt kreeg als waardering voor haar gedichten. Bron: Het Noordbrabants Museum,

’s-Hertogenbosch. In bruikleen gegeven aan Museum De Roos, Geertruidenberg.

 

 

In 1758 kwam ze naar Geertruidenberg, omdat haar vader stadsgouverneur werd. Het gezin ging wonen in huis "De Roos". Behalve emancipatoir was haar werk politiek van aard; een aanzienlijk deel van haar werk ging over vaderlandsliefde. Ze stierf vroeg en werd bijgezet in het koor van de Geertruidskerk. Een tastbaar bewijs in de vorm van een grafsteen is sinds de restauratie niet meer aanwezig.

 

Om te bewijzen dat vrouwen inderdaad niet onderdeden voor mannen specialiseerde De Lannoy zich in het schrijven van treurspelen, één van de moeilijkste genres. De dichteres nam zich voor minstens zo goed te worden als Pierre Corneille, beroemd Frans tragedieschrijver.

Vervolgens publiceerde ze drie treurspelen over serieuze, favoriete achttiende-eeuwse thema’s als godsvrucht en vaderlandsliefde. In een van die stukken, De Belegering van Haerlem (1770), nam De Lannoy de vaderlandse geschiedenis als uitgangspunt. Omdat ze als vrouw niet met wapens kon vechten, was dit voor haar een manier om toch iets te doen voor haar vaderland. Zo hield ze de geschiedenis levend en gaf ze tegelijkertijd een mooi voorbeeld van de moed en dapperheid van de Haarlemse bevolking. ‘Nooit heeft een vrouwenstem zo op het toneel gedonderd’, schreef een bewonderaar en recensenten prezen De Lannoy’s ‘mannelijke toon’ en haar ‘mannenbrein’. Het is de vraag of De Lannoy blij was met dergelijke opmerkingen, want ze was zeer kritisch ten aanzien van mannen:

 

De volmaakte man

Altijd aan het werk tot nut van het huisgezin en ijverig om zijn ambt met glorie te bekleden niet driftig, nooit geneigd tot wufte of dartele zeden,
bezorgd voor zijn belang, maar wars van slecht gewin;

aan het spel niet verslaafd, aan Bacchus’ vocht nog min, bedacht om zelfs zijn vrije tijd nuttig te besteden, geen laf bewonderaar van vreemde bevalligheden,
verliefd en teder, maar op zijn echtvriendin;

trouw tot in de dood aan edele vriendschapsbanden, bereid om voor het land zijn leven te verpanden, meedogend, beschaafd, oprecht, wijs, vriendelijk, zacht van geest.

Die man met zoveel deugd, met zoveel roem beschonken, die man, zo dubbel waard in dichtlust mij te ontvonken, is, naar ik merken kan, nog nooit op aarde geweest.

 

De Lannoy, die dit gedicht op haar 28ste schreef, trouwde nooit. Misschien ook omdat het dichterschap voor haar levensvervulling was: ‘Ik vind mijn liefste feest, mijn zoetste wellust weer,/Wanneer ik in mij zelf en tot mijn boeken keer’. Ze werd als eerste vrouw honorair lid van het Haagse dichtgenootschap ‘Kunstliefde spaart geen vlijt’. En toen ze daar een zilveren medaille won op een prijsvraag over ‘De ware vereisten voor een dichter’ was ze tevreden: ‘Triumf, ik ben voldaan, ik zal onsterflijk zijn.’ De dichteres won in totaal vier dichtgenootschappelijke medailles. Ook haar bundel Dichtkundige werken (1780) werd enthousiast ontvangen.

Stichting Behoud Geertruidskerk is door de belastingdienst erkend als Algemeen Nut Beogende Instelling, en sinds 2017 zelfs als CULTURELE ANBI.

 

Schenken is dan ook financieel aftrekbaar, via de culturele ANBI aanwijzing wil de overheid schenken extra stimuleren. U heeft zelfs het recht op 125% aftrek, voor meer info klik hier !

© Artiztz Lay-Out Studio 2017

Stichting Behoud Geertruidskerk

Kerkstraat 1  4931 AR  Geertruidenberg

T 0162-518473

 

Inschrijving KvK 69199043

RSIN-Nummer 8577 79 072

IBAN NL76 RABO 0321 7070 44